Over redders in nood

Vanmiddag gingen we even weg. Terwijl ik buiten op Pat stond te wachten, zag ik een blok verderop, aan de overkant van de sloot, een meeuw zitten. Raar huppelend met zijn vleugels wijd, terwijl er een raaf aan zijn vleugels liep te trekken. Dus ik Pat roepen en met veel "Ach, wat zielig!" duidelijk gemaakt dat dat beestje waarschijnlijk gewond was. (Sorry, ik kan heel slecht tegen gewonde beestjes) Intussen sprong de meeuw uit wanhoop in de sloot, spetterde half verdrinkend naar de overkant, waar hij promt weer werd opgewacht door de raaf. Ondertussen had ik Pat zo gek gemaakt dat hij terug was gereden, dus wij uit de auto en de raaf weggejaagd. Was alleen de meeuw weer op weg naar de overkant, waar wij niet bijkonden. Wij weer weg.

Maar ik bleef die meeuw zo zielig vinden! (jaja, tegen jullie ben ik niet zo lief nee. Zijn jullie onschuldige diertjes dan? Nee, dat dacht ik al.) En toen we terugkwamen lag hij er nog. Maar Pat zei dat we niks moesten doen (de stoere man uithangen: Dat is de natuur), dus ik naar binnen. Een half uurtje later keek ik uit het raam en toen was de meeuw weg. Zie ik net Pat naar de rand van de sloot lopen en zich bukken. En als hij opstaat zie ik daar die meeuw in zijn armen (Hij doet altijd wel stoer, maar ondertussen). Blijkt dat het beestje visaas (zo'n plastic visje met haakjes aan alle kanten) in zijn pootje én vleugel heeft zitten. Toen heeft Pat met de grootste moeite en een tangetjes de haakjes eruit gehaald. Helaas kon de meeuw daarna nog niet wegvliegen, waarschijnlijk door een gebroken pootje. Moesten we alsnog de dierenambulance bellen. Dus nu zit het beestje in een oude, kapotte verhuisdoos te wachten tot ze hem op komen halen.

Maar onze goede daad is weer gedaan, en echte redders in nood bestaan blijkbaar nog steeds.