Over terugkaatsende ballen

Karma. Oftewel, in een een wat meer nuchtere beschrijving: What goes up, must come down. What goes around, comes around. Wie kaatst, kan de bal verwachten. Ik ben niet (bij)gelovig, Karma klinkt voor mij gewoon te zweverig. Als in: Als ik vandaag op iemands tenen ga staan, moet ik daar over een jaar of veertig voor boeten. Hoezo? Gaat hij dan over veertig jaar op mijn tenen staan?

Tja, dan geef ik de voorkeur aan de terugkaatsende bal: als je positief in het leven staat, brengt dit ook positieve dingen. En andersom. Dat merkte ik vandaag ook. Als je lekker in je vel zit, straal je dat uit, willen mensen met je praten, dingen voor je doen, gaat alles wat je doet goed, waardoor je alleen maar vrolijker wordt.

Ja, ik ben de laatste tijd in een uitstekend humeur en ja, het positieve komt me tegemoet: onder andere mijn opdracht, waar ik alleen tijdelijk zou zitten, is vandaag permanent geworden en ik heb ineens, vanuit het niks, een nieuw toekomstdoel. Zie... dat bedoel ik.

Niks zweverigs aan. Eigenlijk is het heel simpel. Want als je in een dip zit/in de put/slecht in je vel en alleen maar het negatieve ziet, zie je de mooie dingen over het hoofd. Of je ziet ze niet voor wat ze zijn. En dat is jammer.

Dus, trek jezelf uit die stront, zet je vrolijke gezicht op en gooi die bal met een rotgang weg... wie weet waar hij heen kaatst.