Over mannen en auto's en mannen die auto's verkopen

Zo, vandaag ga ik even lekker generaliseren. Ik begin maar vast met zeggen dat mannen van auto's houden. Het zijn altijd de mannen die zeggen: Ja, de buurman heeft een mooie wagen, zo'n Volvo 850 T5R met magnesium 18" velgen! Vrouwen zijn vaak van het Ach-het-is-maar-blik-principe. Wanneer er aan een vrouw wordt gevraagd wat voor auto de buurman heeft, is er een grote kans dat ze zegt: Een lichtgele.

Mannen hebben ook vaak last van de kriebels. Ja, ze weten wel dat ze al een leuke auto hebben en ja, hij rijdt ook nog prima, maar ze willen gewoon een andere. Dus verzinnen ze maar een reden. Hij is te klein (wat weer tegen wordt gesproken als de volgende auto die ze kopen kleiner is omdat die andere te groot was). Hij begint nu toch wat minder te rijden. Hij is nog prima, maar misschien volgend jaar niet meer dus moeten ze hem maar weg doen voordat het mis gaat. Dat soort onzin. Net zoiets als vrouwen en schoenen (om maar even te blijven generaliseren), we hebben er genoeg, maar we willen gewoon nieuwe. Want we hebben nog niks wat bij dat ene jurkje past (en zelfs al hadden we dat wel, hadden we nog die andere geweldige schoenen gekocht. Gewoon, omdat ze geweldig zijn.) Mannen hebben dat met auto's.

Gisteren zat ik op de snelweg, in de pasagiersstoel van een mogelijk koopkandidaat, te luisteren naar mogelijke rare piepjes en kraakjes. Want Pat, mochten jullie dat nog niet weten, is ook een man en deze man had de afgelopen week de kriebels. Ja, hij wist dat hij al een leuke auto had en ja, die rijdt ook nog prima... maar goed, je snapt hem. De kriebels dus.

Pat had vrijdag al een proefritje gemaakt in de laatste kandidaat. Er waren eerder in de week nog twee andere mogelijkheden, maar die had ik efficient weten weg te werken door te zeggen dat het ouwelullenbakken waren. Dus moest ik alleen deze nog bekijken. Die viel qua ouwelullengehalte nog wel mee en ik was erg gecharmeerd van het mooie kleurtje (tsja, weer dat wijf he), dus hij kreeg in ieder geval de kans om met mij proef te rijden. Nou, dat ging ook zonder problemen, dus Pat besloot dat hij hem wel wilde hebben.

En dan kom je aan op het punt van onderhandelen. Ik kan niet onderhandelen. Ik schaam me al rot als ik er aan denk en onderhandelen met een rood hoofd werkt natuurlijk gewoon niet. Pat daaren tegen is er wel redelijk goed in. En dan komt zo'n verkoper pas goed in de picture. En als iets echte verkoopmannetjes zijn, zijn het keukenverkopers en autoverkopers. Joviaal, leuk en lachend als ze hun waar aanprijzen -geweldige auto, rijdt perfect en kijk! dit is pas een mooie optie-, maar als het op onderhandelen aankomt komen die tanden tevoorschijn. Zo ook bij de meneer gisteren. Meestal zijn de tevoorschijn komende tanden nog enigzins verborgen door een opgeplakte glimlach, maar deze schoot volledig in de aanvalsmodus. Ik heb serieus nog nooit zoiets gezien. Het was gewoon eng. Was het mijn mogelijk toekomstige auto geweest had ik zoiets gehad van: Ooooookeeeee, ehm.... laat maar zitten, ik hou mijn eigen wel! Maar goed, ze werden het eens en zodra dat gebeurde werd het weer het joviale mannetje. Pat en ik zaten elkaar vol verbazing aan te kijken. Te bizar voor woorden.

Dus vanaf zaterdag zijn we -nou ja, Pat- eigenaar van een nieuwe auto. Wat voor één vraag je? Ehhh...

Een blauwe.