De gevolgen van terug naar de sportwortels

In een eerder blog gaf ik al aan terug te willen naar mijn sportwortels. Dat liet even op zich wachten. Dat was heel bewust. Een tijdje terug las ik namelijk iets over dat je zelfdiscipline kan trainen. Geen idee meer wie dat deelde, laat staan wie het originele artikel had geschreven (als je het weet, laat het me weten, dan deel ik het weer), maar het kwam er op neer dat je niet ineens alles tegelijkertijd moest starten. Om dingen vol te houden moet je eerst ergens een routine van maken en dan pas beginnen aan het volgende.

Enfin, omdat er zoveel gaande was mbt tot verhuisplannen en nieuw werk en dergelijke en ik mezelf niet wilde overvoeren met nieuwe indrukken, besloot ik dat advies dus maar op te volgen. Toch weer die regelmaat he :) Dus eerst weer wennen aan het vroege opstaan en het werken (en dat was wennen hoor, na drie maanden neuspeuteren) en kijken hoe laat het werk en de files me weer thuis brachten voordat ik ergens een proeflesje ging volgen.

Het moment waarop ik besloot dat het toch echt tijd werd om stappen te gaan ondernemen, was toen ik op weg was naar huis en ineens vreselijk de behoefte had om lekker te trainen. Dan wil ik mensen schoppen. Dat is niet goed natuurlijk. Het was duidelijk tijd om te gaan kijken wat er allemaal te doen was.

Eigenlijk had ik niet heel veel keus, om eerlijk te zijn. Voor mij is het belangrijk dat het dichtbij is, binnen 10 minuten wil ik weer thuis zijn. En uiteindelijk besloot ik dat ik dan maar in de buurt van Mijdrecht moest gaan kijken. In het kader van de verhuisplannen. Die steeds meer richting Mijdrecht neigen (I know I know... geen station...). Daar in de buurt dus. Dat beperkte de zoektocht aanzienlijk. Geen karate in de buurt. Ook geen pencak silat. Daar gingen mijn eerste voorkeuren. Wel judo, of Krav Maga, maar ja, dat is alletwee mijn ding niet. En taekwondo. Gezien mijn voorliefde (en sterkte) voor traptechnieken leek dit wel een redelijke match. Dus dan maar een proeflesje volgen.

Een vechtsport is eigenlijk zoals fietsen. De techniek verleer je niet. En als ik ergens wel goed in was, was het de beheersing van de techniek. Dus dat ging nog verrassend goed. Maar je kan niet bijna 4 jaar lang niks doen en dan verwachten dat je nog op hetzelfde niveau zit. Wat zich bij mij vooral uitte in het missen van snelheid. Ik was gewoon vreselijk traag. Als het daadwerkelijk fietsen was geweest, was ik omgekukeld. Maar verder kon ik nog redelijk mee komen.

Dat heb ik geweten ook. Want om mee te kunnen komen moest ik wel mijn best doen. En ik ben natuurlijk gewoon een strebertje, dus als ik iets doe, wil ik laten zien wat ik kan ook. Gewoon voluit dus.

Op weg naar de auto was het al duidelijk dat het pijn zou gaan doen. Met name de spieren in mijn onderrug voelden verdacht lam aan. Na de tien minuutjes in de auto voelden ze niet meer lam aan. Toen deden ze pijn. Na een lekker bad deden ze niet meer pijn. Toen deden ze heel veel pijn. De ochtend daarna deden ze niet heel veel pijn. Toen was het net een blokje beton. En als dat blokje wel bewoog, deed het heel, heel veel pijn. Maar behalve de rug had ik nog nergens last van. Mwa, dat viel nog best mee.

Maar ja, dan komt die beruchte tweede dag. De officiele benaming is delayed onset muscle soreness, onofficieel is het gewoon tweededagsspierpijn. Iedereen die wel eens gesport heeft kent hem wel. Denk je de eerste dag na de activiteit dat het best mee valt, word je de tweede dag met de ellende om je oren geslagen. Bij mij gebeurt dat altijd rond een uur of drie op dag twee.

De rug begon al losser te komen, dus ik zat blijmoedig achter mijn laptopje. Tot ik koffie wilde halen. Bij het opstaan protesteerden die beentjes toch een beetje. He, dat dezen ze vanochtend niet. De trap af naar beneden, richting de auto, protesteerden ze nog iets harder. In de auto bleek het sturen ineens een stuk zwaarder te zijn met die plotselinge pijnlijke armpjes. Mijn nek was ook ineens verdacht stijf. En die zure billen had ik vanochtend ook nog niet. Uh oh.

De volgende ochtend was ik een wrakje. Van mijn voeten tot aan mijn nek, zelfs de palmen van mijn handen. Au. Ik was ineens heel blij dat ik een zittend beroep heb...


0 reacties: