Mijn eerste woordjes

Het bedrijf waar ik werk is nogal multicultureel. Engels is de voertaal, maar er loopt van alles rond. Veel Spanjaarden, een stel Duitsers en nog een handvol andere nationaliteiten, waarbij mijn directe collega's, de mensen waar ik ook mee lunch, afkomstig zijn uit Oekraïne, Roemenië en Moldavië. Ontzettend leuk en leerzaam. Ik verbaas me regelmatig over de dingen die voor hun heel normaal zijn. En omgekeerd ook.

Een terugkerend onderwerp is de vordering die ze maken met het leren van Nederlands. Ik probeer af en toe Nederlands tegen ze te praten, maar ja, Engels communiceert nu eenmaal sneller en dus val je daar automatisch op terug. Maar daar hebben we wat op gevonden.

Het woord van de dag.

Ik begon er vanochtend voor de grap mee en gooide hem in de groepschat:

The Dutch word of the day:
Moe
Tired
In a sentence: 
Ik ben moe / I am tired

Tijdens de lunch hadden we het er weer over en ik opperde tegen de Oekrainse dat ze anders een conversatie partner kon zoeken, zij Russisch praten, de partner Nederlands. Op zich vond ze op zich een prima idee, maar wie dan? Waar vind je zo iemand? "He," zegt ze "Wil je Russisch leren?"  Uh... tuuuurlijk... converseren in het Russisch... dat doe ik dagelijks.... ahum. Geen optie dus. Maar het bracht ons wel op het idee om het woord van de maar gewoon uit te breiden met de andere talen.

Dat was ook meteen het moment dat ik mijn officiële eerste Russische woordje leerde: баклажан (baklazhan). Dat is, jawel, een aubergine.  Ik weet het, zeer nuttig. He, het was lunch! Ik leerde ook meteen dat je dat niet zomaar tegen mensen kon zeggen. Soort van: "He, bloemkoolhoofd!" maar dan met aubergine. Geloof ik. Niet dat ik dat van plan was.

Mijn taalbeginnetjes zijn altijd een beetje vaag. Het eerste wat ik me van het Frans kan herinneren is dat ik leerde te zeggen: Je suis malade. Ik ben ziek. Voor het geval we weer eens wagenziek werden. En daarna Changer pour le jeu, zodat we op vakantie om wisselgeld konden vragen voor de spelletjesautomaat waar we op wilden spelen.

Het Spaans begon vanwege een hele overdreven uitspraak van Max, of eerder van haar lerares, toen zij op de middelbare school aan haar Spaanse lessen begon. Een struisvogel, oftewel avestruz. Ook zo'n zinnige. Of de enige Duitse zin die me nog bij is gebleven van de middelbare school. Sie gehen geradeaus bei der Ampeln. U gaat rechtdoor bij de verkeerslichten. Je weet maar nooit waar het goed voor is.

Dat zijn  talen waar ik ondertussen nog best mee uit de voeten kan. Dan zijn er nog een paar talen waarbij er alleen een stel woordjes of een enkele zin zijn blijven hangen en die vallen allemaal in de categorie: "Hoe kom je daar nou weer bij??" In het Fins kan ik iemand complementeren mijn zijn mooie kontje en vertellen dat ik van hem hou. Ik het Japans kan ik tot tien tellen en lichaamsdelen benoemen. En nu dan de Russische aubergine.

Laten we hopen dat ik in die landen nooit verdwaal.

0 reacties: