De bus naar Amsterdam

Ze zitten de hele weg al gezellig te kletsen. Twee dames van iets meer dan middelbare leeftijd. De eerste stapt in bij Mijdrecht. In haar eentje zit ze aan het raam in een zitje van vier aan de voorkant van de bus. Ik kan haar goed zien vanuit mijn verhoogde plekje halverwege.

Twee haltes later komt er een man naast haar zitten. Een onverwachte ontmoeting met een lang verloren bekende. In Amstelveen wordt het tweetal uitgebreid met een vriendin van de vrouw en hun geanimeerde gesprek vormt een aangenaam achtergrondgeluid voor mijn gedachten, ook nadat de man niet veel later weer wordt uitgezwaaid.

Tot ze hun bestemming naderen.

"Hierna toch?" Er wordt driftig geknikt, een bos donkere krullen stuitert op en neer. Hierna blijkt bushalte Haarlemmermeer te zijn. Ze gaan staan en checken vast uit bij de poortjes naast mijn plekje. Vol verwachting staan ze voor de deuren. Als de bus de halte nadert, merk ik iets op. Maar nog voordat ik mijn mond open heb kunnen doen om ze te vertellen dat ze vergeten zijn om op de STOP knop te drukken, rijdt de bus de halte zonder pardon voorbij.

"Nou JA!" Verbouwereerd staren ze naar de halte die in de verte verdwijnt. "Hier was het!" Ze kijken elkaar aan. "Hier was het toch?" Even lijken ze besluitloos. "Ach, dan pakken we de volgende wel. We zijn toch ruim op tijd." Een halte verschijnt in het zicht. En verdwijnt weer, onder verontwaardigde uitroepen in de richting van de stoïcijnse buschauffeur. De STOP knop blijft oningedrukt.

Ik ben zodanig verbaasd dat deze vrouwen niet lijken te weten hoe een bus werkt dat ik alleen maar verbijsterd en -ik geef toe- lichtelijk geamuseerd kan toekijken. Weer een halte schiet voorbij.

"Oh! Kijk! We moeten denk ik op STOP drukken." Vingers beroeren de rode knop. Het lampje vooraan de bus gaat branden. STOP. "Ja! Ach, dat was." Ze giechelen.

De volgende zichtbare halte wordt voorbij gereden.

Nu weten ze het niet meer. Ze draaien zich naar mij. "Nou ja, snapt u dat nou? Waar stopt hij nu dan?" Ik kom met een minder dan intelligent antwoord: "Ik denk bij Museumplein." Dat staat er tenminste op het scherm voor mijn neus. Ik haal mijn verontschuldigend schouders op. "Ik heb geen idee. Ik weet dat ik de één na laatste halte moet hebben, verder niet. Ik zit echt nooit in de bus." In koor roepen ze: "Wij ook niet!" Dat was me nog niet opgevallen.

Weer een halte. Weer rijdt hij langs zonder te stoppen. Het stuk lopen naar hun originele halte begint nu aanzienlijk te worden. "Waarom stopt hij nou niet?" vragen ze klagelijk aan me. "Ik denk dat het zijn haltes niet zijn." "Oh."

*dingdong* "De volgende halte: Museumplein."

"Oh eindelijk!"

Braaf stopt de bus bij zijn halte.

Ik heb nog nooit twee mensen zo opgelucht een bus zien verlaten.


Meer openbaar vervoer:
- OV-perikelen
Een blik in mijn verleden
- Over doorrijdende treinen

0 reacties: