Olympische inspiratie

Ik zit gehurkt op een balkje van een paar centimeter doorsnede. Anderhalve meter onder me dreigt een grote bak met schuimrubberen blokken. Mijn handen knijpen de lat bijna aan gort om mijn balans te bewaren, maar het lukt. Ik blijf netjes zitten.

"Ok, en dan de volgende ligger pakken."

Sorry?

De volgende ligger is een lichaamslengte verder, nog wat hoger dan het liggertje waar ik net zo moeizaam op ben geklommen. Zeker met mijn missende diepteperceptie is het nogal een uitdaging. Maar ik weet ondertussen uit ervaring dat het schuimrubber een zachte landing geeft -zelfs met een uitgestrekte buiklanding- dus ik zet me schrap en zet af.

En ik heb de volgende ligger te pakken. Ik zwaai een paar keer heen en weer, een grote grijns op mijn gezicht. Dan laat ik me vallen en klouter ik de kuil met schuim uit.

Het is niks vergeleken bij de sprongen en draaien die mijn mede-turnsters en -turners na mij doen en mijlen ver verwijderd van de Olympische turnsters die me motiveerden om toch weer een turnpoging te wagen. Maar aangezien dit pas mijn vierde les is, vind ik het al heel wat. Het lijkt zo veel makkelijker dan het daadwerkelijk is.

Nog eens probeer ik het. De moeizame opgang de eerste legger op, met hulp van de lerares, want anders was ik allang achterover van dat balkje gekukeld. De sprong naar de hogere ligger. Het zwaaien.

Een laatste poging. Mijn handen zijn lam, op mijn handpalmen zitten rode plekken van het zwaaien, mijn schouders branden. Ik probeer het nog eens. En flikker ongenadig de valkuil in.

Het is duidelijk: Ik moet nog heel veel oefenen.

Wat vreselijk...


Meer sportieve uitdagingen:
- Turnen les 1
- Once ina lifetime
- In de sportschool: BodyCombat


0 reacties: