Stilte

En toen was het stil. Stiller dan het vanaf het oprichten van mijn blogje ooit geweest is. Niet dat ik geen tijd heb om te schrijven -een sabbatical betekent zeeën van tijd- of inspiratie -bergen aan notities met ideeën-. Maar ik kan niet meer schrijven. Geen boeken, geen verhalen, geen reisverslagen. Zelfs geen dagboekpost, al is het maar een alinea. De gedachte aan schrijven maakt me moe. De specifieke concentratie die er voor nodig is, heb ik niet. Ik wil wel... maar het lukt even niet. Dus het blijft nog even stil.

Maar wees gerust... ik leef nog :)

De gemiste halte

Als ik in de bus naar Amsterdam stap is het redelijk rustig. Er zitten een stel mensen verspreid door de bus. Een jongen aan de linkerkant bij het raam, daarachter een vrouw van iets meer dan middelbare leeftijd. Aan de rechterkant zit een oudere man. Twee tienermeiden zitten achterin te kletsen, naast een blonde vrouw. Ik neem plaats in het midden, naast het raam.

Het is een rustige rit. Ergens halverwege stapt de jongen uit. De vrouw die achter hem zat, verplaatst zich en gaat naast de oudere man aan de rechterkant zitten. Ze beginnen te praten. Blijkbaar horen ze bij elkaar, ook al leken ze het eerste deel van de weg elkaar volledig te negeren.

Als we bijna bij het eindstation zijn, staat de vrouw ineens in paniek op. "Hier! Kijk dan!" Ze wijst naar het scherm, waarop staat aangegeven dat de volgende halte Museumplein is. "Daar hadden we er uit gemoeten!" Ze beent naar de chauffeur. "Kunnen we er hier uit?" Maar helaas, dat kan niet. Tenslotte is hij net de halte voorbij. "Nou ja! Nou moeten we helemaal wachten tot Leidseplein! Het is helemaal niet omgeroepen." Ze draait zich terug naar de chauffeur. "Het is helemaal niet opgeroepen. Dat is ook echt niet klantvriendelijk!" Terwijl ze terugloopt naar de man roept ze, zodat de hele bus het kan horen: "Service van de zaak hoor!" Even overweeg ik om haar te vertellen dat Museumplein nog moet komen en dat het nog niet is omgeroepen omdat we er nog niet zijn, maar ik besluit me met mijn eigen zaken te bemoeien.

Na een aantal minuten klinkt het omroepsysteem: "Volgende halte: Museumplein". Het hoofd van de vrouw draait zich met een ruk naar de man. Ze zegt iets. Ik vraag me af of ze nog haar excuses zal aanbieden aan de buschauffeur, maar als ik dat had verwacht dan word ik teleurgesteld. Zonder iets te zeggen verlaat het stel de bus. 

De bus vertrekt naar de volgende halte. Hij slaat de bocht om waar net de vrouw en man door het rode licht het zebrapad oversteken. Mijn gedachte is dat hij ze nog net kan hebben als hij gas geeft, maar de chauffeur blijft netjes wachten. De vrouw draait haar hoofd en ziet hem zitten. Ze vertraagt haar pas even en dan -met volle overgave, zoals kinderen dat doen- steekt ze haar tong uit.

Magisch

Het is onze derde dag in Praag. We hebben net heerlijk gegeten en we lopen door de oude stad terug naar ons appartement. De overdag zo drukke straten zijn rustig, slechts een enkele toerist loopt nog op straat, net zoals wij op weg naar hun huis tijdens hun verblijf.

Verderop, in de bocht voor een van de prachtige oude poorten, staat een stel straatmuzikanten. Twee violen die een klassiek stuk laten horen. Als we dichterbij komen herken ik de melodie. Straks in het appartement zoek ik op wat het origineel is, maar ik herken het nu omdat het ooit is gesampled in een popnummer. Dat nummer was leuk, een eendagvliegje. Maar dit... dit geeft me kippenvel.

Ik dwing Peter om langzamer te lopen, tot we stilstaan tegenover het stel. Gearmd staan we daar, mijn hoofd op zijn schouder, tranen in mijn ogen. De klanken van de twee violen dansen door de donkere stille straten en brengen een extra laag schoonheid aan deze toch al mooie stad. Het is magisch.

We blijven staan tot de laatste tonen wegsterven. Dan vervolgen we onze weg naar huis.


Met een stalen gezicht spierpijn kweken

De afgelopen paar maanden deden we met het bedrijf aan crossfit. Dat was zwaar, pijnlijk en hoewel ik crossfit op zich niet echt leuk vond was het achteraf wel lekker. En na een paar weken was het resultaat er duidelijk.

Maar goed, geen werk betekent natuurlijk ook geen bedrijfsfitness. Nou deed ik in vroegere jaren best veel aan fitness, dus ik besloot dat tijdens mijn vrije periode ook weer op te pakken. Gewoon lekker thuis, want ik heb de ruimte, ken de oefeningen (en bovendien zijn er online prachtige trainingsschemas te vinden) en ik had toch nog een stel dumbells. Dacht ik.

Want de dumbells bleken verdwenen. Het hele huis heb ik doorgezocht en hoewel we alletwee menen ze na de verhuizing nog gezien te hebben, zijn ze nu nergens meer te bekennen. Verhuis je de loodzware dingen om ze vervolgens kwijt te raken. Hadden we beter andersom kunnen doen. Maar goed, bij de Decathlon bleken ze een niet al te dure halterset te verkopen, dus ik ging onderweg.

Ik was al zo verstandig om de auto zo dichtbij mogelijk te parkeren. Aan de andere kant van een plein, misschien 100 meter verder. 30 kilo naar mijn auto slepen wilde ik tenslotte niet al te lang doen. In de winkel had ik ze snel gevonden, verpakt in twee handige koffers, en ik tilde ze vol goede moed naar de kassas. Dat kleine stukje kwam ik er achter dat ik 30 kilo wat had onderschat. En dan was ik de winkel nog niet eens uit.

Maar ik liet me niet kennen natuurlijk. Dus na het afrekenen tilde ik de koffers op alsof ze niks wogen, wenste ik de bewaker vriendelijk een goede dag en liep ik het plein op. Ik liep kaarsrecht in een wandeltempo, glimlachend naar het zonnetje. Uiterlijk dan. Innerlijk rende ik kreunend en gebogen onder het gewicht van de krengen zo snel mogelijk naar de parkeergarage.

Halverwege het plein begonnen mijn armen te branden en handen te verkrampen. Maar dat plein was druk en de inhoud van mijn bagage stond duidelijk te lezen op de bedrukking aan de buitenkant, en dat maakt me vastbesloten om te laten zien dat dit kleine meisje die dertig kilo aan halters makkelijk aan kon. Mocht je dat nog niet door hebben, dat was niet zo, maar goed, koppige muts als dat ik ben... Dus stapte ik rustig het plein over en stapte de parkeergarage in.

Daar stond ik een paar minuten vloekend over mijn armen te wrijven en hees ik mezelf met bepakking en al de trap al. Dat laatste weer met een stalen gezicht, want inmiddels was iemand me gevolgd de parkeergarage in.

Of de spierpijn de volgende dag van die paar honderd meter was of van de daadwerkelijk training zal ik nooit weten..

Meer sport:
- Olympische inspiratie
- In de sportschool: Zumba
- Zo gek als een deur


Normaal doen kan altijd nog

Het bord stond aan de kant van de weg. Het stond er waarschijnlijk al een tijdje. Het was verweerd en omgebogen, de naam van het festival waar het reclame voor maakte was niet meer te zien. Maar die tekst was nog duidelijk leesbaar.

Normaal doen kan altijd nog.

Ik was moe. Niet gewoon moe. Echt moe. Al maanden sliep ik slecht -onrustig, veel wakker, met rare dromen tussendoor- of juist te vast, stijf opgekruld in een balletje waar ik de volgende dag met spierpijn uit kwam. Ik was moe, en ik wilde... ik weet niet wat ik wilde. Niet dit. En toen zag ik dat bord.

Normaal doen kan altijd nog.

Bijna ben ik ter plekke omgekeerd. Maar mijn discipline nam het over en ik vervolgde de weg naar het werk. En de dagen en weken die daarop volgden ook. Het zou beter worden. Als het niet meer zo koud zou zijn, als ik eindelijk weer eens warm was. Als de dagen weer langer en lichter zouden worden. Als ik was gewend aan mijn nieuwe werkplek. Als ik eindelijk maar weer eens goed zou slapen. Dit was maar een dipje, en dipjes gaan over.

Maar het dipje ging niet over. Het dipje werd erger. Ik probeerde te achterhalen waar het door kwam. Alleen een winterdip? Lag het aan mijn werk? Het leek me niet, want als ik heel eerlijk was dan was het al voor de vakantie begonnen. Wat dan? Onverwerkte zaken? Een vroege midlife crisis? Ik wist het niet. 's Ochtends stond ik huilend van ellende onder de douche. En elke dag schreeuwde dat bord me toe.

Normaal doen kan altijd nog.

Tot het punt dat ik donderdag, twee weken geleden, midden op de dag in huilen uitbarstte. Zeker twintig minuten lang heb ik gegierd van het huilen op het toilet. Ik kon niet meer. Dus ik nam vrij, en de dag daarna ook. Ik ging het weekend in in de volle verwachting dat ik maandag weer normaal zou gaan werken. Even rust. Heel even maar, en dan zou het wel weer gaan.

Die gedachte hield ik vol tot zaterdag. Toen bleek er een communicatie-misverstandje te zijn geweest: Klara verwachtte me die zondag, terwijl ik in de veronderstelling was geweest dat het niet door ging. Een onschuldig misverstandje, maar het brak me volledig. Ik kon het echt niet, maar ik moest toch wel? Wat was ik nou voor een vriendin? Ik kon zelfs dit niet. Ik haatte mezelf. Ik was een slechte vriendin, een slechte partner, een slechte zus, een slechte dochter. Ik kon zelfs mijn werk niet goed doen.

Ik heb geen idee hoe lang ik gehuild heb, maar dat was het punt dat ik besefte dat het zo niet verder kon. Zondag overlegden we, Peter en ik. Maandagochtend belde ik de huisarts om me door te late verwijzen naar een psycholoog. Maandagavond overlegde ik met Pa en Sarah. Dinsdag nam ik ontslag, zonder de intentie om een nieuwe baan te zoeken.

Normaal doen kan altijd nog.

De rust die ik nodig had kwam niet vanzelf. Dus ik heb besloten hem zelf te nemen. De komende paar maanden ga ik niks doen, behalve mezelf weer op de rit krijgen. Veel schilderen, veel schrijven, wat meer sporten, dingen die ik wel wilde doen, maar waarvoor ik domweg de energie niet meer kon opbrengen. Drie maanden tot een half jaar, dat is voor nu het idee. Misschien word ik na een maand al gillend gek, misschien plak ik er nog een paar maanden aan vast. Niks is zeker.

Op het werk was het een verassing. Natuurlijk, het was zelfs een verassing voor mij. Maar er was begrip en er werd gekeken of ik wellicht wat eerder weg kon dan aan het eind van de maand. Dat kon. Dus gisteren nam ik afscheid ("Het waren twee geweldige dagen.").

Dat het een goede beslissing is geweest weet ik nu al. Zodra de knoop was doorgehakt sliep ik beter. Niet veel, maar goed genoeg om in ieder geval niet meer jankend wakker te worden. En bij mijn afscheid huilde ik juist niet. Ik, die een hekel heb aan verandering en afscheid en die zelfs traantjes liet op de laatste dag bij mijn meest vreselijke werkgevers, was alleen maar opgelucht en blij.

Eenmaal thuis dook ik met een glas champagne in bad.

Normaal doen kan altijd nog.