Over lefgozers op een parkeerplaats

Het zonnetje beschijnt de parkeerplaats naast het kantoorgebouw en geeft de grauwe buurt een vrolijk tintje. Ik ben bezig met wat administratieve dingen en staar een momentje uit het raam om mijn gedachten te ordenen. Ik kijk, maar zie niks.

En toch blijft mijn blik hangen op de jongen die net op het schelpenpaadje achter de parkeerplaats verschijnt. Hij drentelt wat rond. Kijkt schichtig om zich heen. Doet een paar stappen zijdelings het gras op, tussen het struikgewas en de laatste rij auto's. Mijn blik op nul verandert in een argwanende staar.

Hij werpt een blik in een paar van de auto's en daarna kijkt hij nog wat om zich heen. Had ik in eerste instantie gedacht dat hij naar zijn auto liep, begin ik nu het vermoeden krijg dat het niet zíjn auto is waar hij interesse in heeft.

Het zal toch niet....

Ik kijk op de klok. Gewoon omdat ik het niet kan geloven.

Het is kwart voor twaalf. Wie doet zoiets nou op klaarlichte dag??

Mijn lichtelijke ongeloof verandert in verbijstering als de jongen een stel witte plastic handschoenen uit zijn binnenzak trekt. Langzaam, goed om zich heen kijkend, trekt hij ze aan.

What the fuck! Echt waar??? 

Ik ben sprakeloos. Het dringt nog niet echt tot me door dat ik hier naar een mogelijke -nou ja, laten we eerlijk zijn: waarschijnlijk- toekomstige inbraak zit te kijken.

Not on my watch!

En op het moment dat ik tegen mijn collegas zeg: "Volgens mij is er een van plan in te breken in die auto." doet de jongen een stap naar een van de auto's en steekt zijn hand in zijn tas.

Echt niet!

Ik schuif het raam verder open en ga eruit hangen. Goed, ik had natuurlijk al lang de politie moeten bellen, maar ik ben zo verbaasd, dat dat geen seconde in me opkomt. Even bedenk ik me dat ik misschien uit het raam moet roepen of ik hem een handje kan helpen, maar die gedacht vertrekt weer even snel als dat hij gekomen was.

Bovendien heeft de jongen tijdens zijn laatste blik in de rondte het opengeschoven raam en het daaruit hangende vrouwtje ontdekt, en haar inmiddels op een rijtje achter het raam staande collegas. Hij schudt driftig zijn hoofd en schiet snel het schelpenpaadje weer op, waarna hij wegfietst achter het pand langs.

Ik loop naar de andere kant van het pand om daar te gluren naar de andere parkeerplaats, waar mijn eigen auto staat. Niks aan het handje. De sensatie wordt gedeeld met de collegas die daar zitten. Algehele verbazing en verontwaardiging, maar na tien minuten is het nieuwtje er af en gaat iedereen weer aan het werk.

De toekomstige dief denkt echter precies hetzelfde. Een kwartier later:

"Serieus jongens, daar is ie weer!"

Weer vijf man achter de ramen. Ik haal mijn telefoon al tevoorschijn met de bedoeling om in ieder geval een foto te maken van de lefgozer. Maar hij weet nu waar hij kijken moet en op het moment dat zijn blik langs ons pand glijdt, weet hij dat het hem niet zomaar gaat lukken. Hij verdwijnt. Ik bel alsnog de politie.

De rest van de dag geef ik mezelf een nekverrekking door mijn aandacht te wisselen tussen mijn beeldschermen en de parkeerplaats beneden me, maar er gebeurt niks meer. Wat het ook was dat zo interessant was aan die auto, het was duidelijk niet de moeite waard.

Benen scheren

Ik kom de woonkamer inlopen.

Peter: "Ik heb net dat oude mes van jou gebruikt. Dat ding is echt bot."

Ik: "Hoe kan dat nou? Daar zit net een nieuw mesje op."

"Nou, ik kwam er anders niet doorheen."

"Raar. Ik heb er alleen nog maar mijn benen mee geschoren, dus..."

Peter staart me verward aan.

"..."

"..."

"Je bedoelde mijn oude keukenmes."

"Uhu."

"Niet mijn scheermes."

"Nope."

"Ah. Ja, daar scheer ik mijn benen niet mee."

"Dat dacht ik al.

"Die is bot namelijk."

Stoere Pat


2002. Het was onze eerste vakantie samen. We waren bijna anderhalf jaar samen en eindelijk, eindelijk, mochten we van onze ouders samen echt op vakantie. Het werd twee weken Belgische Ardennen. Een houten huisje op een heuvel, in de beurt van het mooie dorp Dinant. 

 Ik herinner me provisorische wasjes in een vuilniszak, prachtige uitzichten, grapjes maken in de winkel van het vakantiepark. Een auto volgeladen met gourmetsets, frituurpannen en kratten vol boodschappen. We hadden kunnen insneeuwen en dan hadden we met gemak een week kunnen overleven.

Het weer viel tegen. Het was grotendeels bewolkt en regenachtig, al was het niet koud. Dat weerhield ons er niet van om regelmatig wat te drinken op een terrasje. Mensjes kijken. Gekke foto's maken met het bakbeest dat één van de eerste digitale camera's was, nog met diskettes. "En dan nu een lieve. En een stoere. Nu "Vriendelijk doch stoer"! "

"Stoere Pat". De naam van deze foto. Stoere Pat. Dat was hij. Een broekie was hij hier nog. 22. Hierna volgden nog negen jaar vakanties. Negen jaar volgeladen auto's, flauwe foto's en gek doen in vakantiehuisjes. Veel te kort.

💔

03-10-2011

Is it a bird? Is it a plane? No... it's... so fluffy!!!


Balou is zacht. Niet gewoon konijnzacht, maar echt bizar zacht. Het soort zacht dat je zou willen in een bontjas, als je zo'n persoon zou zijn. Dat zijn wij niet, maar even ter illustratie. Balou is dus heel aaibaar. Niet dat hij dat wil, maar dat is weer een ander verhaal.

Hij is net uit de rui en heeft zijn wollige zomervachtje verruild voor een nog wolliger wintervachtje.

"Oh Peet, hij is nog zachter nu! Hij is echt super poofy. Oh! Hij is een superheld!"

"Een superheld?"

"Ja! Hij is... SUPERRRRR POEF!!!"

"Jaaaa jaaaa."

"Zijn super power is zijn fluffiness, waarmee hij alle criminelen van het verkeerde pad haalt. Hij huppelt naar ze toe en flopt op zijn rug en dan worden ze gebiologeerd door zijn zachtheid."

"Uhu."

"Ik zie het al helemaal voor me. Die crimineel: "Ha! Je denkt toch niet dat dit gaat werken! Ik ben een geharde crimineel en jij bent... oh! Zo zacht!" "

Peter negeert me.

"Nou, bij mij zou het werken..."

Wanneer je een psycholoog nodig hebt vanwege de zoektocht naar een psycholoog

Toen mijn sabbatical begon, ondertussen al meer dan een half jaar geleden, besloot ik dat het tijd werd om ook eens echt aan mezelf te werken. Dus ik ging naar de huisarts voor een doorverwijzing naar een psycholoog. Ik kreeg een afspraak met een praktijkondersteuner.

Even voor de duidelijkheid, ik dacht dat dat viel onder een psycholoog. Dat blijkt dus niet helemaal zo te zijn. Maar goed. Ik ging daarheen. Na een kort praatje ging zij er van uit dat de vijf sessies die ik bij haar zou krijgen wel voldoende zouden zijn. Na drie sessies was ze er zeker van dat dat niet het geval was. De woorden traumaverwerking en depressie vielen, en dat kon zij niet behandelen. Nu kreeg ik de verwijzing naar de daadwerkelijke psycholoog.

En toen begon het drama.

Ik appte een paar keer met Klara, zelf psycholoog en dus de beste om me wat advies te geven. Dat maakte me duidelijk dat een psycholoog niet gewoon een psycholoog is. EMDR, Schematherapie, Cognitieve Gedragstherapie... het is niet alleen zomaar een beetje praten. Ik werd er vreselijk onzeker van. Geen idee meer waar ik moest beginnen.

De praktijkondersteuner had me twee namen doorgegeven. Uit wanhoop nam ik dat maar gewoon als uitgangspunt en na een week uitstellen -mijn problemen onder ogen zien is tenslotte niet mijn grootste hobby- belde ik de eerste. Daar kreeg ik voicemail, dus ik sprak een bericht in. Een week lang hoorde ik niks. Dus ik belde de tweede. Die deelde me heel vriendelijk mee dat zij gestopt was met haar praktijk. Dat schoot al lekker op.

Ik belde de eerste nog een keer, die nu op haar voicemail had staan dat ze op vakantie was en dat ze over twee dagen terug zou zijn. Ik besloot die twee dagen af te wachten. Je merkt het, ik zat er niet echt om te springen.

Twee dagen later werd ik gebeld.

"Hallo?"

"Met xxx."

De naam kwam me vaag bekend voor, maar waarvan ook al weer?

"Hallo."

"Je had gebeld."

Ah! Er ging een lampje branden.

"Ah! Ja, klopt. Ik wil graag een afspraak maken.

"Oh. Nog steeds?"

En toen was ik er al helemaal klaar mee. Ik wimpelde haar af en nam mijn toevlucht tot Klara's adviezen, ondanks dat die nogal ver weg waren. Geen plek. Minimaal 12 weken wachttijd. Geen nieuwe patiënten. Naast vreselijk onzeker over het hele proces, begon ik er ook nog eens zwaar gefrustreerd van te worden. Mocht ik nog niet rijp zijn geweest voor therapie dan was ik het tegen die tijd zeker geweest.

Uiteindelijk besloot ik maar gewoon mijn google skills in te zetten. De eerste die ik belde, was raak. Het klikte aan de telefoon en een week later had ik mijn eerste afspraak. Het echte werk kon beginnen.


Stilte

En toen was het stil. Stiller dan het vanaf het oprichten van mijn blogje ooit geweest is. Niet dat ik geen tijd heb om te schrijven -een sabbatical betekent zeeën van tijd- of inspiratie -bergen aan notities met ideeën-. Maar ik kan niet meer schrijven. Geen boeken, geen verhalen, geen reisverslagen. Zelfs geen dagboekpost, al is het maar een alinea. De gedachte aan schrijven maakt me moe. De specifieke concentratie die er voor nodig is, heb ik niet. Ik wil wel... maar het lukt even niet. Dus het blijft nog even stil.

Maar wees gerust... ik leef nog :)